Slapen als een baby (als het even mag)

Van alle vragen die je aan een kersverse ouder kan stellen, rolt “Slaapt je baby al flink?” frustrerend vaak over de lippen. Alsof de obsessie met nachtrust in onze hectische samenleving nog niet groot genoeg is. De sarcast in mij zou het liefst met een afgestreken gezicht antwoorden dat mijn vijf weken oude dochtertje uiteraard al de volle acht uur doorslaapt zonder een kik te geven, en dat ik barst van de energie. Het alternatief is toegeven dat de onderbroken nachten best vermoeiend zijn, om vervolgens een stroom goed bedoeld, maar vaak verkeerd advies over je heen te krijgen. Dit betoog is geen aanval op jonge en – net als ik – soms onzekere ouders, het is een tegenaanval op misinformatie en op de promotie van slaaptechnieken die na grondige wetenschappelijke analyse meer kwaad dan goed blijken te doen.

 “Laat je baby maar huilen”, luidt het advies dat je soms al aan je kraambed krijgt. Van je oma of oubollige tante kan je dit nog tolereren, maar van zogenaamde deskundigen zou je anno 2019 toch meer mogen verwachten. De ‘cry it out’-methode (lees: je kindje zichzelf laten sussen zonder aanrakingen of voeding) werd al meermaals grondig geanalyseerd, onder meer door een duo Australische onderzoekers voor het vakblad Journal of Developmental and Behavioural Pediatrics. Ze namen alle relevante studies (43 van over de hele wereld) rond slaaptraining bij gezonde baby’s tot zes maand onder de loep. Hun missie bestond erin te achterhalen wat de voor- en nadelen hiervan precies zijn, zowel voor het kind als de moeder. Tot de onderzochte technieken behoren – naast ‘cry it out’ – het ontkoppelen van (borst)voeding en slapen, met andere woorden je kindje nooit laten indommelen aan de borst of in de armen, en een strikt slaapschema forceren door baby’s overdag op bepaalde tijdstippen in een donkere ruimte te leggen, ook wanneer ze niet moe zijn.
Vertrouwen
Het slaappatroon van baby’s is tijdens de eerste maanden pure chaos. In de baarmoeder krijgt een kind het slaapregulerende hormoon melatonine via de placenta, maar eens uit de buik moet het plots op eigen houtje een slaapwaakpatroon opbouwen, en dat vraagt tijd. Het verschil tussen dag en nacht is met andere woorden nog ongekend en de slaapcycli zijn bovendien een pak korter dan bij volwassenen. Het duurt naar schatting minstens vier maanden vooraleer je van een bioritme mag spreken. Er wordt zelfs geopperd dat de interne klok van een kind pas echt op punt staat wanneer het naar school begint te gaan.
Stel je dus maar eens voor dat je als hulpeloos klein mensje indommelt in warme, knusse armen, om amper drie kwartier later je ogen te openen in een verlaten wieg of bed in een duistere kamer. Je zou voor minder schreeuwen. Op dat moment ben je geen softie wanneer je als ouder onder de lakens uitspringt om jouw kleine spruit met veel liefde te sussen, opnieuw in slaap te wiegen, aan de borst te leggen of veilig naast je in de co-sleeper te leggen. Je werkt op die manier ook geen verwend nest in de hand, maar wel de ontwikkeling van een gerust en gehecht kind dat vol vertrouwen kan groeien, om zo op termijn zelf troost te vinden en slapen te zien als iets fantastisch, net als mama. Toegegeven, er zijn momenten dat je lijf van pure vermoeidheid aan je bed genageld lijkt, en je met heel wat minder enthousiasme pijnlijke krampen probeert te verzachten, luiers verschoont of (borst)voeding geeft. Het maakt je echter geen minder goede ouder, het is gewoon menselijk.
Troost
De achterliggende gedachte die het laten huilen van een piepjong kind moet goedpraten, is dat het zichzelf op die manier zou leren troosten. Anders dan bij een volwassene hebben baby’s nog een sterk onderontwikkelde neocortex. Dit frontale deel van de hersenen is onder meer verantwoordelijk voor het regelen van emotionele reacties. Kortom: een baby is nog niet in staat om zich zelfstandig en bewust te sussen. Gelukkig kan je deze vaardigheid in de hand werken door net op een positieve manier te reageren op zijn gehuil.
Los van de droge wetenschappelijke analyses tonen ook getuigenissen van ouders aan dat technieken als ‘cry it out’ geen snelle sleutel tot succes zijn. Elizabeth Pantley, auteur van onder meer ‘The No-Cry Sleep Solution’, bracht na persoonlijk onderzoek verschillende bevindingen samen: “Voor bitter weinig ouders verloopt het moeiteloos. Heel wat gezinnen moeten elke nacht urenlang geschreeuw aanhoren, en dat wekenlang. Sommige baby’s wenen zodanig hard dat ze ervan moeten braken of dat hun persoonlijkheid overdag rake klappen krijgt, waardoor ze hangerig en lichtgeraakt zijn. Bij de minste tegenslag (tandpijn, ziekte, een dutje missen) begint het nachtelijk gehuil snel opnieuw. De meeste ouders die grijpen naar ‘cry it out’ doen dat omdat ze geloven dat het de enige manier is om hun baby te laten doorslapen”. Gebrek aan informatie kan dus zorgen voor heel wat miserie.
Obsessie
De grote boosdoener is de slaapobsessie die heerst in onze samenleving. Nooit eerder kampten er zoveel mensen met slaapproblemen en burn-outs. Er is geen ruimte voor vermoeidheid in een maatschappij waar best wat gezinnen moeten knokken om de eindjes aan elkaar te knopen, en waar ze snel terug moeten gaan werken om de boel draaiende te houden. Het is bijgevolg niet verwonderlijk dat onze verwachtingen over de nachtrust van kinderen compleet onrealistisch zijn. Het echte probleem ligt dus niet bij de natuurlijke slaapcyclus van baby’s, maar wel bij de keiharde druk die op ouders wordt gelegd om een “goede” slaper te hebben. Doe daar nog wat slecht onderbouwde paniekzaaierij bij en je krijgt vanzelf gestresseerde, onzekere mama’s en papa’s die alles zouden proberen om hun kindje te doen doorslapen.
Slapen als een baby
Daarom stel ik voor dat we er samen een missie van maken om ‘slapen als een baby’ terug in ere te herstellen en geen problemen op te lossen die er helemaal niet zijn. Laat die geforceerde schema’s achterwege en geniet samen van ieder moment, ook van de onderbroken nachten. Zelfs wanneer je oogleden lood wegen is er niets mooier dan je blik te richten op een kindje dat troost, warmte en liefde vindt in jouw armen en zo weer net dat tikkeltje meer vertrouwen wint in de wereld om zich heen.

Nieuwsgierige groeten

Lynn Formesyn

0
0
0
s2sdefault